Op een avond kreeg de politie in een achterbuurt van de Bronx een telefoontje: er was op straat een onthoofd, van de huid ontdaan lijk gevonden.
Ze brachten het snel naar het politielaboratorium, waar de patholoog-anatoom verklaarde dat het niet het lichaam van een mens, maar van een gorilla was.
Het bleek dat er twee vrachtauto's in botsing waren gekomen, de een bij het wegrijden, de ander bij het binnenrijden van een hotdogfabriek. De achterdeuren van de laatste waren opengeklapt en het kadaver was de straat ingerold.
Toen de politie een onderzoek instelde in de fabriek, vonden ze er gevilde en onthoofde kadavers van een aantal apen en beren. De fabrikant bekende ze voor een zacht prijsje te hebben gekocht van de dierentuin.
Waar of niet waar?
Dit is hem dan. Broodje Aap. Dit verhaal werd in 1978 gebruikt als titelverhaal van het boek "Broodje Aap" van Ethel Portnoy. Sinds die tijd noemt men dit soort verhalen in Nederland en België "Broodje aap-verhalen".


Bij NASA dacht men dat Armstrong een sneer uitdeelde naar een Russische kosmonout, maar niemand kende aan Amerikaanse of Russische zijde ene meneer Gorsky. Door de jaren heen hebben veel mensen Armstrong gevraagd voor wie de opmerking nu eigenlijk bedoeld was. 




